Spelregels en puntentelling

 

De wedstrijd bestaat uit drie onderdelen:

A Dressuur
B Vaardigheidsparcours
C Mini Marathon

 

A Ruiters starten de dressuur rond 11.00 uur en rijden een dressuurproef in hun eigen klasse (B t/m M2) in een baan van 20x40 m

Menners starten de dressuur rond 13.30 uur en rijden een proef voor beginners of gevorderden (ervaren wedstrijd menners) in een baan van 30x60 m

Kledingadvies: dressuurkleding is NIET verplicht (te weinig tijd voor omkleden)
Puntentelling gaat als volgt:
Maximaal aantal punten is 300, persoonlijke score is bv. 175, dan wordt gerekend met 300 minus 175 = 125   strafpunten

B Ruiters starten de vaardigheidsproef rond 13.00 uur en de menners rond 14.30 uur. De vaardigheidsproef   wordt gereden op snelheid en de doorgangen moeten in de juiste volgorde genomen worden. Zowel bij de       start als finish en alle doorgangen staan bordjes. Rood = rechts, wit = links.
Je start pas als de jury een teken geeft, je rijdt door de start (tijd begint te lopen), volgt de nummering en       eindigt bij de finish (tijd stopt).
Dit onderdeel wordt beoordeeld als “vaardigheid”, dus hulp van de groom is NIET toegestaan. Voor ruiters is de maat van de doorgangen 90cm. Voor menners is de maat van de doorgangen 180cm.

Puntentelling bij de vaardigheid (en hindernissen) gaat als volgt:
Opgenomen tijd wordt uitgedrukt in seconden, die tevens de strafpunten zijn. Bijvoorbeeld, je tijd is 2 minuten en 12 seconden, dan heb je 132 strafpunten. Verder worden er strafpunten toegekend voor de volgende overtredingen:

   

     Het totaal aantal punten wordt verkregen door de tijd en de extra strafpunten op de  tellen.

  1. Als de deelnemer de vaardigheid heeft beëindigd, start je met het stap/draf traject, richting de hindernissen 1 t/m 6. Op het stap/draf traject rijdt iedereen in dezelfde richting, d.w.z. altijd rechtsom.

    De grenzen van de hindernissen worden aangegeven met witte paaltjes. Deze grenzen moet NIET worden overschreden. Ook mag er niet over boomstammen worden gesprongen of gereden.

    Er wordt steeds één hindernis genomen, waarna opnieuw een stap/draf ronde wordt gereden. Dus na de vaardigheid via stap/draf ronde rijd je hindernis 1, dan weer een stap/draf ronde, dan hindernis 2, enz.
    Als de hindernis nog bezet is, moet je wachten of nog een ronde gaan rijden. Bij stagnatie kan de terreinmeester vragen nog een ronde te lopen.

    De hindernissen zijn genummerd en elke hindernis heeft meerdere doorgangen die zijn voorzien van de letters A t/m F. De doorgangen moeten in de juiste volgorde worden gereden. ROOD = RECHTS, WIT = LINKS
    Een doorgang in een hindernis is pas “vrij” wanneer de deelnemer deze in de juiste volgorde heeft gepasseerd, d.w.z. de deelnemer moet eerst door A rijden in de juiste richting, alvorens naar B te rijden: de A is nu vrij en de deelnemer mag er nu in elke richting doorheen rijden.

    Puntentelling bij de Mini Marathon gaat als volgt:
    Elke hindernis wordt op tijd gereden, de stap/draf ronde telt dus NIET mee in de tijd.

    Je meldt je bij de jury en deze geeft aan dat je mag starten. Je rijdt eerst door de startlijn (tijd begint te lopen), dan de doorgangen in de juiste volgorde A t/m F, dan eindigen met de finishlijn (tijd stopt).
    Bijvoorbeeld: je tijd is 1 minuut 18 seconden. Dan heb je 78 strafpunten (60 + 18 seconden = 78 strafpunten).

 

De totaalscore is een optelling van de strafpunten die zijn gemaakt bij de onderdelen A, B en C. Winnaar is degene met de minste strafpunten.